Omzetbelasting berekenen

Hoe bereken je de omzetbelasting? Als eigenaar van een onderneming moet je in de meeste gevallen omzetbelasting betalen. De omzetbelasting betaal je in de vorm van btw: belasting toegevoegde waarde. Omzetbelasting wordt ook wel verbruikersbelasting, of consumentenbelasting genoemd, omdat de consument degene is die als eindgebruiker de belasting betaalt. Je moet btw berekenen als de belastingdienst je aanmerkt als btw- plichtig en je krijgt dan ook een btw- nummer. Het btw- nummer is ingesteld om alle btw- betalingen een beetje gestroomlijnd te laten verlopen. De door jou berekende btw betaalt de klant, dit zit bij de verkoopprijs in, en vervolgens draag jij het weer af aan de belastingdienst. Je bent niets meer dan een incassobureau voor de belastingdienst.

Btw tarieven

We kennen verschillende btw tarieven. De meest voorkomende zijn:

Het standaardtarief

Voor de meeste goederen en diensten geldt het algemene, of standaardtarief van 21 procent. In principe betaal je altijd 21 procent btw, tenzij anders aangegeven door de belastingdienst. Voorbeelden van goederen die onder het tarief van 21 procent vallen zijn: auto’s, meubels, benzine, alcohol, kleding, apparatuur en gereedschap. Voorbeelden van diensten waar 21 procent btw over geheven wordt zijn: onderzoek, ICT- diensten, facilitaire diensten, juridisch advies en financieel advies.

Het lage tarief

Het tarief van 6 procent btw geldt voor goederen die in de eerste levensbehoeften voorzien. Dit zijn bijvoorbeeld: levensmiddelen, water en alle agrarische goederen. Een groot deel van de medicijnen valt ook onder het lage tarief. Goederen die ervoor zorgen dat mensen zich kunnen ontwikkelen vallen ook onder het tarief van 6 procent. Je moet hier bijvoorbeeld denken aan schoolboeken, kranten en tijdschriften. Voorbeelden van diensten die onder het lage tarief vallen zijn: kapper, schilder, schoenmaker, personenvervoer en het bieden van logies of kampeergelegenheid. Door het tarief te verlagen van 21 naar 6 procent hoopte de overheid de werkgelegenheid te stimuleren. De dienst zou immers goedkoper worden en daarmee de drempel naar zwartwerken lager.

Het nultarief

Het nultarief geldt voor ondernemers die handelen met het buitenland. Zij hoeven dus geen btw te berekenen over hun goederen en diensten. Er zit nog wel verschil tussen handel binnen de EU (waar soms nog wel btw wordt geheven) en buiten de EU (geen btw).

Vrijgestelde goederen en diensten
Om bepaalde goederen en diensten niet onnodig duur te maken, zijn er ook goederen en diensten waarover geen btw betaald hoeft te worden. Het gaat hierbij meestal om diensten, zoals: diensten van artsen, verpleegkundigen, onderwijzers en journalisten.

Berekenen van btw

Je berekent btw over de vergoeding die je rekent voor de levering van goederen en diensten. Je berekent de btw over het totaalbedrag dat je je klanten in rekening brengt. Je kunt het btw- tarief op twee verschillende manieren berekenen.

• Je berekent de btw over de vergoeding. Je berekent dan eerst vergoeding (exclusief btw) en vermenigvuldigt dit met 6 of 21 procent. Bijvoorbeeld:

Je verkoopt spijkerbroeken voor € 100,- (exclusief btw.). De btw is 21 procent, dus je vermenigvuldigt 100 met 21 procent, de uitkomst hiervan is 21. Dus je verkoopprijs is dan €100,- plus € 21 is € 122,-.

• Je berekent de btw over de verkoopprijs. Nu bereken je eerst de totale verkoopprijs inclusief btw en berekent vervolgens wel bedrag aan btw er in de verkoopprijs verrekend is. Je doet dit door de verkoopprijs te vermenigvuldigen met 21/ 121 (bij 21 procent) of 6/ 106 (bij 6 procent). Bijvoorbeeld:

Je verkoopt spijkerbroeken voor € 100,- per stuk inclusief btw. De btw op een spijkerbroek is 21 procent dus je vermenigvuldigt 100 met 21/ 121. De uitkomst hiervan is 17,36. De btw is dan dus € 17,36.

BTW over margegoederen

Als je gebruikte goederen hebt ingekocht zonder btw, spreken we van margegoederen. Onder gebruikte goederen vallen alle goederen die een klant, eventueel na een reparatie, opnieuw kan gebruiken. Goederen die je van een particulier koopt worden altijd gezien als gebruikte goederen, ook als ze niet gebruikt zijn. In geval van margegoederen bereken je de btw over de winstmarge en niet over de verkoopprijs. Een voorbeeld:

Je koopt als ondernemer een gebruikte fiets van iemand voor €100,-. Je wilt deze fiets verkopen voor € 150,-. Je maakt dus € 50,- winst. Je berekent 21 procent btw over € 50,-. Dit is € 10,50. De totale verkoopprijs wordt dus € 160,50.

BTW bij betaling in natura

Ook als je in natura betaalt dien je btw te berekenen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als je iets ruilt. De btw bereken je dan over de waarde hetgeen je ontvangen hebt, dit is meestal gelijk aan de waarde van hetgeen je aanbiedt. Een voorbeeld:

Je ruilt een fiets ter waarde van € 800,- met een design meubel dat ook € 800,- waard is. De btw is 21 procent. Je vermenigvuldigt dan 800 met 21/121. De uitkomst hiervan is 138,-. Dat is dus het btw- bedrag. De ontvangen factuur kun je opgeven bij de belastingdienst als uitgave.