BTW Tarief

Als je in een winkel, restaurant, of waar dan ook iets koopt, betaal je niet alleen voor het product of dienst zelf, maar je betaalt ook belasting. Deze belasting zit verrekend in de verkoopprijs. De ondernemer draagt deze belasting af aan de belastingdienst. Er worden diverse tarieven gehanteerd door de belastingdienst. Het algemene, of standaard tarief, is 21%. Er zijn ook tarieven van 9% en 0%. Daarnaast kennen we nog goederen die vrijgesteld zijn van btw, en forfaitaire (afwijkende) tarieven.

Het standaard btw tarief

Voor de meeste goederen en diensten geldt het algemene, of standaardtarief van 21%. Het standaardtarief is in 1969 ingesteld en was destijds 12%. Na een aantal verhogingen en een enkele verlaging, wordt vanaf 2012 een tarief van 21% gehanteerd. Redenen om te verhogen zijn meestal: meer overheidsinkomsten verkrijgen, of bepaalde bezuinigen tegengaan. Verlaagd wordt er meestal in economisch gunstige tijden, of om de verkoop van bepaalde goederen en diensten te stimuleren. In principe betaal je altijd 21% btw, tenzij anders aangegeven door de belastingdienst. Voorbeelden van goederen die onder het tarief van 21% vallen zijn: auto’s, meubels, benzine, alcohol, kleding, apparatuur en gereedschap. Voorbeelden van diensten waar 21% btw over geheven wordt zijn: ICT- diensten, facilitaire diensten, juridisch advies en financieel advies.

Het lage tarief

Het lage tarief van 9% btw is ingesteld op goederen die in de eerste levensbehoeften voorzien. Dit zijn bijvoorbeeld levensmiddelen, water en alle agrarische goederen. Een groot deel van de medicijnen valt ook onder het tarief van 9%. Het idee hierachter is dat deze goederen voor iedereen betaalbaar moeten blijven. Door de lage btw is de verkoopprijs dus lager is dan dat deze zou zijn bij een btw-tarief van 21%. Goederen die ervoor zorgen dat mensen zich kunnen ontwikkelen vallen ook onder het tarief van 9%. Denk hierbij bijvoorbeeld aan (school)boeken, kranten en tijdschriften.

Meer over de btw-regeling voor het lage, zoals bijzonderheden en aanvullende informatie, lees je hier.

 

Het nultarief

Het nultarief geldt voor ondernemers die handelen met het buitenland. Zij hoeven geen btw te berekenen over hun goederen en diensten. Er wordt hier nog weer onderscheid gemaakt tussen landen binnen de Europese Unie en die daarbuiten. Een ondernemer mag het nultarief in de volgende gevallen hanteren:
• Export van goederen binnen de EU: als de ondernemer levert aan een buitenlandse ondernemer die binnen de EU woont, hanteert hij het nultarief. Levert de ondernemer aan particulieren, dan dient hij het btw-tarief te hanteren van het betreffende land.
• Export van goederen buiten de EU: zowel bij levering aan particulieren als ondernemers, mag de ondernemer altijd het nultarief hanteren.

Vrijgestelde goederen en diensten

Om bepaalde goederen en diensten niet onnodig duur te maken, zijn er ook goederen en diensten waarover geen btw betaald hoeft te worden. Het gaat hierbij meestal om diensten, zoals: diensten van artsen, verpleegkundigen, onderwijzers en journalisten. We kennen ook hier soms merkwaardige situaties. Zo moet een journalist wel btw heffen als hij voor een dagblad schrijft, maar niet als hij zijn eigen verhalen schrijft.

Forfaitaire tarieven

Forfaitaire tarieven voor de btw worden gehanteerd in afwijkende gevallen. Voorbeelden hiervan zijn:
• In sportkantines mag 11,5% btw gehanteerd worden over alle ontvangsten.
• Bedrijfskantines mogen hetzelfde als sportkantines, maar dan tegen 6%.
• Een auto van de zaak ook privé gebruiken.
• Je past een heffing van 5,4% btw toe op aankopen van landbouwers en veehandelaren.