9% btw regeling

Over alle goederen en diensten die ondernemers aanbieden betalen we btw: belasting toegevoegde waarde, ook wel omzetbelasting genoemd. Doordat de btw in de verkoopprijs is verrekend, lijkt het er op dat de ondernemer dit ook betaalt. Dit is echter niet het geval, het is de consument die betaalt. Bij een betaling draagt de ondernemer de btw weer af aan de belastingdienst, hij is slechts een doorgeefluik. We kennen in Nederland drie btw- tarieven: 21, 9, en 0 procent. Het nultarief wordt alleen gehanteerd bij verkoop naar het buitenland. Het standaardtarief is 21 procent, maar soms wordt het verlaagde tarief van 9 procent gehanteerd. Dit tarief wordt meestal het lage btw-tarief genoemd.

Het lage tarief voor goederen

Het btw tarief van 9% is ingesteld voor goederen die in de eerste levensbehoefte voorzien. Dit zijn bijvoorbeeld levensmiddelen, water en alle agrarische goederen. Een groot deel van de medicijnen valt ook onder het lage tarief . Het idee hierachter is dat deze goederen voor iedereen betaalbaar moeten blijven. De verkoopprijs is dus lager is dan de verkoopprijs zou zijn bij een tarief van 21%. Goederen die ervoor zorgen dat mensen zich kunnen ontwikkelen vallen ook onder het tarief van 9%. Je moet hier bijvoorbeeld denken aan de verkoop en verhuur van (school)boeken, kranten en tijdschriften.

Diensten met het lage tarief

Het heffen van 9% btw over bepaalde diensten is ingesteld om zwartwerken te voorkomen. Bepaalde diensten lenen zich bij uitstek voor zwartwerken. De bekendste voorbeelden hiervan zijn: kapper, schilder, schoenmaker, personenvervoer en het bieden van logies of kampeergelegenheid. Door het tarief te verlagen van 21 naar 9% hoopte de overheid de legale werkgelegenheid te stimuleren. De dienst zou immers goedkoper worden en daarmee de drempel naar zwartwerken verlagen. Hier ontstaan in de praktijk soms verwarrende situaties. Bij een kapper betaal je 9% btw, maar bij een schoonheidssalon 21%, omdat het laatste gezien wordt als een “luxe” dienst.

Tijdelijke verlaging naar 9% btw

Het btw tarief van 9% kan ook tijdelijk ingesteld worden om de verkoop van bepaalde goederen en diensten te stimuleren. Immers door 9% btw te heffen in plaats van 21% wordt de verkoopprijs lager, waardoor het financieel aantrekkelijker is om iets te kopen of om een dienst af te nemen. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld goederen die te maken hebben met het opwekken van zonne-energie (zonnepanelen, zonneboilers, enzovoort) en bij onderhoud en renovatie van je woning. Deze zijn in het verleden verlaagd naar 9% om de afname hiervan te stimuleren. Ook kunst en antiek vallen onder het tarief van 9%. Hiertoe is besloten, omdat deze goederen culturele waarde bezitten. Zo wordt het aantrekkelijker om bijvoorbeeld een antieke klok of een schilderij aan te schaffen.

Verwarrende situaties

Door het instellen van allerlei regels en uitzondering kan toepassing van het lage btw tarief soms tot vreemde situaties leiden. Het bekendste voorbeeld is wel konijnenvoer. Hierover wordt 9% btw geheven, terwijl over caviavoer 21% btw geheven wordt. De reden hiervoor is dat een konijn ook gegeten kan worden en dus als eerste levensbehoefte gezien wordt en een cavia niet. Andere voorbeelden zijn:
• Boeken vallen onder het tarief van 9%, maar gek genoeg vallen E- boeken weer onder het tarief van 21%, omdat deze van internet gedownload worden en niet als boek herkenbaar zijn, wat een voorwaarde is voor het lage btw-tarief.
• Fietsen repareren valt onder het tarief van 9%, terwijl het repareren van bromfietsen en bromscooters onder het hoge tarief valt.
• Het leveren van leidingwater valt onder het tarief van 9%. Het leveren van rivier- of zeewater valt onder het tarief van 21%.
• Verbandmiddelen voor geneeskundige doeleinden, zoals gaas, pleisters en watten, vallen onder het tarief van 9%, maar zaken als steunkousen, verbandsokken en reumahemden vallen weer onder het tarief van 21%.

De toekomst van het lage btw- tarief

Door alle verwarrende en soms onbegrijpelijke situaties ontstaan, is er sprake van dat het lage tarief mogelijk in de toekomst afgeschaft zal worden. Tevens blijkt dat de reden waarvoor het tarief van 9% (tot 2019 nog 6%) is ingesteld – dat mensen met lagere inkomens minder belasting hoefden te betalen voor de belangrijkste zaken – zijn doel voorbij schiet. Het zijn juist de mensen met hogere inkomens die profiteren van het lage tarief door meer uit eten te gaan of vaker het theater en concerten te bezoeken. De goederen en diensten, behalve de primaire levensmiddelen, waar nu 9% btw over geheven wordt, zouden dan weer onder het 21%-tarief vallen. Dit zou de inkomsten van de staat behoorlijk verhogen. Waarschijnlijk zal het invoeren van deze maatregel op veel verzet stuiten bij de branches die nu nog onder het 6%-tarief vallen. Om deze reden is er ook al gesproken over een algemeen tarief van 19%. Een beslissing is er nog niet over genomen, maar hoe dan ook blijkt het btw-tarief van 9% wel onder druk te staan.

Lees meer over de andere btw-tarieven in Nederland.