6% btw regeling

Over alle goederen en diensten die ondernemers aanbieden betalen we btw: belasting toegevoegde waarde. Doordat de btw in de verkoopprijs is verrekend, lijkt het er op dat de ondernemer dit ook betaalt. Dit is echter niet het geval, het is de consument die betaalt. Bij een betaling draagt de ondernemer de btw weer af aan de belastingdienst, hij is slechts een doorgeefluik. We kennen in Nederland drie btw- tarieven: 21, 6, en 0 procent. Het nultarief wordt alleen gehanteerd bij verkoop naar het buitenland. Het standaardtarief is 21 procent, maar soms wordt het verlaagde tarief van 6 procent gehanteerd. Dit tarief wordt meestal het lage tarief genoemd.

Het lage tarief voor goederen

Het tarief van 6 procent btw is ingesteld voor goederen die in de eerste levensbehoefte voorzien. Dit zijn bijvoorbeeld levensmiddelen, water en alle agrarische goederen. Een groot deel van de medicijnen valt ook onder het tarief . Het idee hierachter is, dat deze goederen voor iedereen betaalbaar moeten blijven. De verkoopprijs is dus lager is dan de verkoopprijs zou zijn bij een tarief van 21 procent. Goederen die ervoor zorgen dat mensen zich kunnen ontwikkelen vallen ook onder het tarief van 6 procent. Je moet hier bijvoorbeeld denken aan de verkoop en verhuur van schoolboeken, kranten en tijdschriften.

Diensten met het lage tarief

Het heffen van 6 procent btw over bepaalde diensten is ingesteld om zwartwerken te voorkomen. Bepaalde diensten lenen zich bij uitstek voor zwartwerken. De bekendste voorbeelden hiervan zijn: kapper, schilder, schoenmaker, personenvervoer en het bieden van logies of kampeergelegenheid. Door het tarief te verlagen van 21 naar 6 procent hoopte de overheid de werkgelegenheid te stimuleren. De dienst zou immers goedkoper worden en daarmee de drempel naar zwartwerken lager. Hier ontstaan in de praktijk soms verwarrende situaties. Bij een kapper betaal je 6 procent btw en bij een schoonheidssalon 21 procent, omdat de laatste gezien wordt als een “luxe” dienst.

Tijdelijke verlaging 6% btw

Het tarief van 6 procent btw kan ook tijdelijk ingesteld worden om de verkoop van bepaalde goederen en diensten te stimuleren. Immers door 6 procent btw te heffen in plaats van 21 wordt de verkoopprijs lager en is het financieel aantrekkelijker om iets te kopen, of om een dienst af te nemen. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld goederen die te maken hebben met het opwekken van zonne-energie (zonnepanelen, zonneboilers enzovoort) en bij onderhoud en renovatie van je woning. Deze zijn in het verleden verlaagd naar 6 procent om de afname hiervan te stimuleren. Ook kunst en antiek valt onder het tarief van 6 procent. Hiertoe is besloten, omdat deze goederen culturele waarde bezitten. Zo wordt het aantrekkelijker om bijvoorbeeld een antieke klok of een schilderij aan te schaffen.

Verwarrende situaties

Door het instellen van allerlei regels en uitzondering kan toepassen van het lage tarief soms tot vreemde situaties leiden. Het bekendste voorbeeld is wel konijnenvoer. Hierover wordt 6 procent btw geheven, terwijl over caviavoer 21 procent btw geheven wordt. De reden hiervoor is dat een konijn ook gegeten kan worden en dus onder eerste levensbehoefte valt en een cavia niet. Andere voorbeelden zijn:
• Boeken vallen onder het tarief van 6 procent, maar gek genoeg vallen E- boeken weer onder het tarief van 21 procent, omdat deze van internet gedownload worden en niet als boek herkenbaar zijn.
• Fietsen repareren valt onder het tarief van 6 procent, terwijl het repareren van bromfietsen en bromscooters onder het hoge tarief valt.
• Het leveren van leidingwater valt onder het tarief van 6 procent. Het leveren van rivier- of zeewater valt onder het tarief van 21 procent.
• Verbandmiddelen voor geneeskundige doeleinden als gaas, pleisters en watten, vallen onder het tarief van 6 procent, maar zaken als steunkousen, verbandsokken en reumahemden vallen weer onder het tarief van 21 procent

De toekomst van het lage btw- tarief

Door alle verwarrende en soms onbegrijpelijke situaties wordt, is er sprake van dat het lage tarief in de toekomst afgeschaft zal worden. Tevens blijkt dat de reden waarvoor het tarief van 6 procent is ingesteld, dat mensen met lagere inkomens minder belasting hoefde te betalen, zijn doel voorbij schiet. Het zijn juist de mensen met hogere inkomens die profiteren van het lage tarief door uit eten te gaan, of het theater en concerten te bezoeken. De goederen en diensten, behalve de primaire levensmiddelen, waar nu 6 procent btw over geheven wordt, zouden dan weer onder het 21 procent tarief vallen. Dit zou de inkomsten van de staat behoorlijk verhogen. Waarschijnlijk zal het invoeren van deze maatregel op veel verzet stuiten bij de branches die nu nog onder het 6 procent tarief vallen. Daarom is er ook al gesproken over een algemeen tarief van 19 procent. Een beslissing is er nog niet over genomen, maar hoe dan ook, blijkt het btw- tarief van 6 procent wel onder druk te staan.